
Aflevering 3:
Geschiedenis van “de Lege Wâlden”
De vorige keer hebben we het gehad over overstromingen en veenvorming. Dat gebeurde
natuurlijk niet zo maar even, er zijn eeuwen over gedaan. Het land dat boven water bleef, de
zand- en leemruggen kregen zo langzamerhand bewoners. Het steeds hoger komende
zeewater, een gevolg van het smelten van de poolkappen, schoof de kustlijn steeds verder op
landinwaarts en zorgde voor grote afwateringsproblemen. De zee die steeds meer het land
binnendrong zorgde voor een sliblaag van klei op het land en dus ook over het reeds
aanwezige veen. Die kleilaag kunnen we zien tussen Terherne en Akkrum. Als daar in de
herfst geslot is, kan men aan de slootkanten precies zien waar het veen ophoudt en de klei
begint. Tot zover landinwaarts schoof dus de sliblaag over zand en veen. Die ontwikkeling is
eigenlijk pas gestopt toen mensen dijken begonnen aan te leggen.
Mensen uit de steeds weer overstroomde kustgebieden zochten een andere plek om te wonen
en kwamen op de hoger gelegen stukken land in dit gebied terecht. Ze gingen wonen op een
iets hoger gelegen plek aan een stroompje of riviertje. Deze mensen startten ook het
verkavelingsproces dat steeds verder gegaan is.
Het aardige van deze verkaveling is dat er op oude kaarten een duidelijk verschil in richting te
zien is van de oude Slachtedijk. Op die dijk kom ik later terug.
De percelen land en sloten lopen in Terkaple en Akmarijp ongeveer noordoost naar zuidwest,
maar in Goïngarijp zuidoost naar noordwest. Zou het proces van verkaveling voor Terkaple
en Akmarijp vanuit de Akkrumer kant ingezet zijn en dat van Goïngarijp vanuit de Lege
Geaen? De verkaveling van de Lege Geaen loopt namelijk gelijk. En het Sneekermeer en de
Goïngarijpster Poel waren lang geleden veel kleiner. Hoogstwaarschijnlijk hoorde Goïngarijp
vroeger onder Goënga aan de andere kant van het Sneekermeer. De naam zegt het al: een
buitenbuurt van Goënga. Er waren vroeger ook boeren, evenals de kerk van Goïngarijp die
land in eigendom hadden aan de andere kant van het meer.
Bij verkavelen en ontginnen hoort natuurlijk ook afwateren. Men groef tijdens het verkavelen
ook afwateringssloten en ging wonen aan die sloten. Zodoende kregen die sloten een dubbele
functie, namelijk:
a. afvoer van water uit het moerassige land
b. waterwegen voor verkeer over het water
Nu nog even wat over de Slachtedijk.
De oude Slachtedijk, aangelegd omstreeks het jaar 1100, van Joure tot voorbij Terherne, was
oorspronkelijk bedoeld als een barrière tegen de opdringende Middelzee. Later werd de dijk
een keerder van het steeds uitbreidende Sneekermeer. De Sneekerkant van het meer werd
veilig gesteld door de aanleg van de Groene Dijk.
Zo. We zijn nu zover dat er bewoning begint te komen. Waarschijnlijk is dat zo ongeveer
rond het jaar 1000 begonnen, maar precies kan men dat niet zeggen; in de geschiedenis komt
het niet op 1 of 2 jaar aan. De volgende keer gaan we het over de bewoners hebben.
A. Boersma